Opsporing 1951-heden

International Tracing Service

De opheffing van de Nederlandse Missie tot Opsporing van Vermiste Personen uit de Bezettingstijd en de opsporingsmissies in het buitenland betekende niet het einde van het opsporingswerk. Ook na 1951 zette het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis, weliswaar in zeer afgeslankte vorm, zijn werkzaamheden voort. Daarnaast werd ook het belang van het werk van de International Tracing Service (ITS) in het Duitse Bad Arolsen  onderkend. In 1955 werden door tien landen de zogenoemde Bonn Agreements ondertekend waarin het voortbestaan – in eerste instantie voor vijf jaar – van deze dienst werd gewaarborgd onder supervisie van het Internationale Rode Kruis. Tevens werd met de verdragen de instelling van een Internationale Commissie geregeld. Deze commissie houdt toezicht op de ITS en stelt richtlijnen op over de werking van de organisatie. Nederland is één van ondertekenaars van de verdragen en zit als lid in de Internationale Commissie.

Tekst van te Bonn gesloten verdrag Staten-Generaal aangeboden: Internationale opsporingsdienst voor ontheemden

Informatiebureau

Door de afnemende werkzaamheden vond er midden jaren vijftig bij het Informatiebureau een reorganisatie plaats. Vanaf 1 december 1954 waren er nog maar twee afdelingen: ‘Algemene Zaken’ en ‘Afwikkelingsbureau Joodse personen’. Door de instelling van de Duitse schadevergoedingswetten en de pensioen- en uitkeringswetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, verschoven de werkzaamheden van het Informatiebureau van opsporing van vermiste personen steeds meer naar de verificatie ten behoeve van die wetten. Ook voor de ITS werd de verificatietaak in de loop van de jaren veel belangrijker dan de oorspronkelijke opsporingstaak. Dat deze twee organisaties nog bestaan als opsporingsinstanties, heeft voor een groot deel te maken met het feit dat zij andere taken, en dan met name de verificatietaak, erbij hebben gekregen.

Bureau Nederlanders in het buitenland

Naast het Informatiebureau is ook het ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken bij de opsporing van vermiste personen uit de Tweede Wereldoorlog. Het ministerie hield zich reeds vóór de oorlog bezig met de opsporing van vermiste Nederlanders in het buitenland en bleef deze taak na de oorlog houden. In 1952 richtte het ministerie het Bureau Nederlanders in het buitenland op, dat onder andere met de opsporing van vermisten belast werd. Dit bureau probeerde niet alleen personen uit de Tweede Wereldoorlog te traceren, maar ook Nederlanders die door andere omstandigheden in het buitenland vermist waren geraakt.

In Nederland houdt de Gravendienst van het ministerie van Defensie zich bezig met de opgraving en identificatie van stoffelijke resten. Dit zijn voornamelijk de lichamelijke overschotten van Nederlandse, Duitse of geallieerde militairen en soms van geliquideerde burgers.

Laatste pogingen

Zoeken naar onbekend slachtoffer uit oorlog
Hoewel de opsporing van vermiste personen uit de bezettingstijd in Nederland nu zo goed als afgerond is, doet het Nederlandse Rode Kruis een laatste poging om de nog niet opgehelderde vermissingszaken alsnog op te lossen. De afdeling Oorlogsnazorg – de opvolger van het Informatiebureau – werkt samen met de Gravendienst van de Koninklijke Landmacht, het Korps Landelijk Politiediensten en diverse deskundigen in de Werkgroep Vermiste Personen Tweede Wereldoorlog. De werkgroep is op 1 september 2008 ingesteld, maar was reeds werkzaam voor de officiële oprichting.

Een onderzoek wordt ingesteld op verzoek van de familie van de vermiste of wanneer een stoffelijk overschot uit de oorlog wordt aangetroffen. Ook kunnen graven van onbekende mensen op begraafplaatsen geopend worden. Het onderzoek bestaat uit drie delen: onderzoek in archieven, veldonderzoek en –  na het aantreffen van een stoffelijk overschot – identificatie-onderzoek. De identificatie van het stoffelijke overschot vindt plaats met behulp van DNA-profielvergelijking en antropologisch en orthodontologisch onderzoek.

Slot

De opsporing van vermiste personen uit de Tweede Wereldoorlog vond voornamelijk plaats in de jaren 1945-1951. Van de meeste personen was toen vast komen te staan wat er met hen gebeurd was. Ook na deze periode vond er nog op kleine schaal opsporing naar vermisten plaats. Het laatste jaar heeft de opsporing van vermiste personen uit de bezettingstijd weer een nieuwe impuls gekregen door de oprichting van de Werkgroep Vermiste Personen Tweede Wereldoorlog.

Karolien Verbrugge

verantwoording
colofon